Fiscale aspecten
Bij een samenwerking via een coöperatie factureert deze aan de opdrachtgever en de leden dienen elk voor hun deel een factuur in bij de coöperatie. Het verschil tussen wat de coöperatie factureert en wat de leden factureren moet de toegevoegde waarde van de coöperatie reflecteren. Deze is in onze opzet beperkt tot een stuk marketing, administratie en risicoafdekking, en zou tussen de 10 en 20% van de omzet moeten bedragen. Voor onze eigen cooperatie heeft de belastingdienst een voorstel voor 20 % goedgekeurd. Na aftrek van eventuele kosten blijft dit bedrag als winst over, die later weer kan worden uitgekeerd aan de leden.

Als er weinig winst wordt gemaakt op de delen die door partners worden geleverd hoeft er per saldo ook weinig BTW te worden afgedragen of teruggevraagd. Dit kan per inningperiode (vaak een kwartaal) wel het geval zijn. De winst zelf kan bijvoorbeeld naar rato van het gefactureerde werk over de leden verdeeld worden. Het verdelingsprincipe kun je regelen in de statuten van de coöperatie.

Bij een coöperatie is er een extra mogelijkheid ten opzichte van een BV: toepassing van de zogenaamde verlengstukwinst. Verlengstukwinst is de door de coöperatieve vereniging gemaakte winst, die wordt veroorzaakt door het samenvoegen van de activiteiten van de leden van de coöperatie. Elk van de leden zou afzonderlijk voor de winst uit onderneming worden belast als de coöperatieve vereniging niet bestond.

Uitkeringen uit de verlengstukwinst die toekomen aan leden die een natuurlijke persoon zijn, worden voor de bepaling van de vennootschapsbelasting als kosten behandeld, waardoor de je de winst voor de vennootschapsbelasting terug kunt brengen. De natuurlijke personen aan wie de winst wordt toegerekend betalen hierover dan inkomstenbelasting.

Ongeacht deze regelingen, die voor de coöperatie zelf gelden, is voor de leden van belang of zij zelf nog steeds als ondernemer worden aangemerkt door de belastingdienst. Dit is een voorwaarde om een VAR-WUO (winst uit onderneming) te krijgen, die weer voor zowel de coöperatie als voor overige opdrachtgevers belangrijk is om te voorkomen dat de werkzaamheden in opdracht als een dienstverband worden aangemerkt. Daarnaast geeft het ondernemerschap recht op de MKB-vrijstelling en in combinatie met het urencriterium (dat je minimaal 1225 uur in je onderneming steekt) recht op de ondernemersaftrek.

Uit correspondentie met de belastingdienst over een voorbeeldcasus en uit jurisprudentie blijkt dat als je alleen maar via de coöperatie werkt, dat dit niet wordt gezien als het voeren van een onderneming. Naast de coöperatie moet je dus nog andere opdrachtgevers hebben en voldoen aan de overige criteria om als ondernemer te worden aangemerkt. Anders worden de inkomsten uit de facturen die je aan de coöperatie stuurt aangemerkt als ‘resultaat uit overige werkzaamheden’. 

Alliance experts heeft haar eigen situatie voorgelegd aan de belastingdienst, inclusief een aantal voorstellen hoe om te gaan met de verlengstukwinst en eventuele vennootschapsbelasting. Alhoewel de gemaakte afspraken alleen gelden voor onze coöperatie, geeft dit wel richting aan alle soortgelijke coöperaties. 

Alle relevante regelgeving, inclusief een voorbeeldbrief aan de belastingdienst, hebben we gebundeld in een fiscaal adviesrapport. Dit adviesrapport is bij ons verkrijgbaar voor 279 euro excl. BTW. Als je hiervoor belangstelling hebt, neem dan contact met ons op.