Webtrade Facilities
Buitenlandse internetondernemers krijgen met hun webwinkel vaak moeilijk toegang tot de Europese markt. Webtrade Facilities zorgt in dergelijke gevallen voor een volledig “Nederlands” site, als springplank naar Europa. Initiatiefnemer Chris Corbier licht toe: "Wij vertalen content, passen de site aan naar de cultuur en stijl van het Nederlandse taalgebied, verzorgen de zoekmachine optimalisatie, bieden Nederlandse klantenservice, lokale logistieke oplossingen én regelen de efficiënte afhandeling van internationaal betalingsverkeer.

Webtrade Facilities Coöperatie U.A is eind 2010 opgericht als samenwerkingsverband van een aantal zelfstandig gevestigde ondernemers. Er is gekozen voor een coöperatief verband omdat dit de uitgangspunten van de onderneming perfect weerspiegelt. De betrokken ondernemers streven na niet alleen “het nieuwe werken” handen en voeten te geven maar ook “het nieuwe ondernemen” in de praktijk te brengen.

Chris Corbier: Het grote voordeel van een coöperatie is bovendien dat erg goede afspraken zijn te maken over “beloning naar werken” en de beloning voor het ondernemersrisico dat de leden lopen door veel tijd te investeren in een project dat pas in de toekomst geld gaat opleveren.

 
Coöperatie 40Fingers U.A.
40 vingers, aan de handen van vier IT-specialisten, allen voornamelijk actief op het gebied van websites, maar elk met een eigen specialisme. Stefan Kamphuis, Timo Breumelhof, Peter Schotman en Erik van Ballegoij werken al een paar jaar in wisselende verbanden met elkaar, maar steeds als opdrachtgever/opdrachtnemer. Dat ging vaak ook informeel. Toch was er behoefte om die samenwerking meer te structureren. Timo: “We hadden al eerder ontdekt dat je samen een betere positie hebt bij grotere bedrijven. Deze willen toch dat er een back-up als iemand wegvalt”. Erik: “Daarnaast willen we samen hosting aanbieden. Dat kun je wel alleen, maar het is efficiënter als je samen verschillende klanten op een server zet”.

Het is zeker geen eenmalige samenwerking, het doel is om met elkaar een reeks projecten te doen, maar wel steeds in verschillende combinaties. Niet elk project hoeft met alle vier de partners te worden uitgevoerd. Peter Schotman, die ook de bestuurder zal worden: “Mogelijk laten we ook klussen die maar door één persoon worden uitgevoerd via de coöperatie lopen, omdat we onder één naam naar buiten willen treden. Ik zie het er wel van komen dat we op termijn alles via de coöperatie laten lopen. Het kan ook zijn dat er nog nieuwe leden toetreden, maar daar moeten we het wel allemaal over eens zijn.”

In het adviesgesprek dat Alfred Griffioen van Alliance experts met hen had kon dit laatste eenvoudig geregeld worden: nieuwe leden mogen nu volgens de statuten pas toetreden als 80% van de stemmen vóór is.  Dat betekent in de praktijk unanimiteit bij het eerstvolgende lid, en bij het tweede nieuwe lid mag maar één iemand tegenstemmen. Dit was ook belangrijk voor de vier heren omdat de merknaam ’40Fingers’ langzaam meer waarde zal krijgen. Peter: “Op termijn zetten we de coöperatie wellicht om in een b.v., maar voorlopig is dit de beste oplossing.”

Omdat de vier specialisten ook samen softwaremodules gaan ontwikkelen, was de bescherming en het delen van intellectueel eigendom een belangrijk onderwerp. Volgens het modelcontract worden de rechten gedeeld tussen de partners die betrokken zijn bij een project. Dat werd hier te lastig gevonden. Stefan: “We pakken gewoon die bepaling uit het contract en komen één keer overeen dat we allemaal gebruik kunnen maken van de software die we ontwikkelen. Zo zal er nog wel meer zijn waar we later nog op komen. Dit is voorlopig een goede start.”

 
Economen netwerk
Daan Vaneker kan gerust een ervaringsexperts genoemd worden op  het gebied van samenwerkingsvormen. Hij legt uit dat hij in totaal drie verschillende netwerkvormen heeft geprobeerd, waarvan de huidige het meest succesvol lijkt. Als ‘jonge financiële eenpitter’, zoals hij het zelf noemt, had hij behoefte aan anderen om zich heen waarvan hij kon leren. Zo kwam hij drie jaar terug in contact met een ervaren financieel consultant, en startte op basis van dat contact en nog een derde een soort vereniging, met als doel 4 dagen per week te werken, en 1 dag per week te besteden aan inhoudelijke en persoonlijke ontwikkeling. Dit kwam echter niet van de grond, wat toch nodig was, was een financiële drijfveer, en die was er in deze opzet niet.

Zijn volgende plan was het oprichten van een vereniging van zelfstandige ondernemers in het financiele advieswerk, met daarnaast een bemiddelingsbureau. Om de businesscase van het bemiddelingsbureau te laten slagen zouden zo’n 20 professionals zich moeten aansluiten. Daan organiseerde in 10 steden kennismakingsavonden, en uiteindelijk meldden 12 vakgenoten zich aan, bereid om o.a. een deelnemersbijdrage van 1000 euro per jaar te betalen. Dit was echter te weinig om te starten. Daarnaast werd aan de opdrachtgeverskant het initiatief met interesse ontvangen, maar leidde dit niet snel genoeg tot opdrachten.

Niet alle werk was echter voor niets geweest. Daan Vaneker ging met 6 van de geïnteresseerde financieel consultants door in een andere setting. Onder de noemer van Economen Netwerk komen ze elke maand bij elkaar om cases te bespreken en ervaringen te delen. De beperkte kosten hiervan worden gedeeld. Om iedereen te stimuleren om opdrachten naar elkaar door te schuiven is afgesproken dat je als commissie een percentage krijgt van de omzet in de eerste 6 maanden. De term ‘Economen Netwerk’ kan daarbij dienen als een soort submerk. 

Op www.economen.net staan alle leden. Iedereen kan ‘lid van Economen Netwerk’ op zijn website en kaartjes zetten en daarmee de klant ook een zekerheid geven dat er bij uitval iemand anders beschikbaar is. Zolang er geen grotere klussen aangenomen worden, werkt iedereen vanuit zijn eigen rechtsvorm en is er geen aparte BV of coöperatie nodig.

Het Economen Netwerk is gegroeid en bestaat onderhand uit 12 ondernemers. Daan: “Verdere groei maakt het mogelijk om het netwerk te splitsen in twee of meer regionale netwerken, zodat iedereen dichter bij elkaar zit. Hierdoor blijven reisafstanden beperkt. Maar splitsen is ook nodig omdat je dan sociale controle houdt binnen de groep. Ik speel nu nog een voortrekkersrol, maar de bedoeling is dat er roulerende rollen komen van voorzitter, notulist en spreker. Ook mijn rol zou op termijn door anderen overgenomen moeten worden. Als dat lukt dan is het netwerk volwassen. 

 
Alliantie G10
Aan het woord is Hubrien Meijaard: al jarenlang zelfstandig financieel adviseur en als voormalig franchisenemer en directeur van een franchisevereniging heeft hij al ervaring met diverse manieren van samenwerken. “Ik wil af van het werken op provisiebasis, zoals bij de meeste adviseurs gebruikelijk is. Nog slechts weinig adviseurs in onze sector werken volledig op uurtarief en zijn dus echt 100% onafhankelijk van verzekeraars en banken. Met een partner ben ik gaan zoeken in ons netwerk en we hebben nu een leuke groep bij elkaar van 10 ervaren adviseurs op het gebied van Financial Life Planning die dit ook willen.”

Het samenwerkingsverband (“alliantie G10”) is goed voorbereid: “In 2009 hebben we eerst met z’n tweeën een plan gemaakt: niet te veel regels, wel heldere kaders. Het doel is om in een vertrouwde sfeer kennis te delen en van elkaar te leren. Elke drie weken komen we bij elkaar met een vaste agenda: een meditatief moment om uit de hectiek van alledag te raken, klantcases, een 360o analyse van één van de bedrijven en presentaties van één van de themagroepen.

Die themagroepen zorgen ervoor dat je bv. te weten komt wat je zelf allemaal niet uit kunt zoeken en bedenken: presentatietechnieken, locale marktbenadering, nieuwe financiële producten... Iedere adviseur zit met iemand anders in een groep en elke groep bereidt het thema voor en deelt de kennis met de rest. We zijn begonnen afgelopen najaar en hebben met elkaar afgesproken dat we dit mimimaal een jaar samen doen. We hebben nu wel een website voor onderling gebruik maar doen nog geen gezamenlijke acquisitie e.d. Deze samenwerking levert ons nu vooral tijd, kennis en energie op!.”

 
Even Wat Anders
Even Wat Anders is een samenwerkingsverband tussen 7 dames actief in de marketingcommunicatie. Het collectief is gestart door Debbie van Bruggen, die zelf grafisch vormgeefster is. “Twee jaar geleden merkte ik dat ik vaak vragen kreeg die uitstegen boven het maken van een brochure of huisstijl. Ik had al langer contact met Ariane Gordijn, die webdesigner is, en we gingen elkaar vrijblijvend opdrachten toespelen.”

Er kwam behoefte aan een tekstschrijver, een fotograaf en zo groeide het netwerk. “De komst van Kitty van der Knaap en Femke van Veen, die meer een marketingachtergrond hadden, zette onze werkzaamheden meer in perspectief” vertelt Debbie. Zo werden er o.a. gecombineerde opdrachten gedaan met onze fotograaf Karin Schrage voor de Haeghe Groep en Vroondaal. Tevens redigeerde Jolanda Bongers de teksten van een aantal van Ariane’s websites. Toen Mireille van den Dop zich aansloot met haar evenementenorganisatie bracht dat ook extra werkzaamheden.

Begin 2009 kwam de behoefte om meer structuur in het samenwerkingsverband te brengen. “We komen één keer per twee maanden bij elkaar en treden meer gezamenlijk naar buiten. We hebben nu onze website www.evenwatanders.com, geven elkaar onderling feedback en helpen elkaar met praktische dingen. Formeel gezien zijn wij naar elkaar toe niet verplicht tot samenwerken; het gaat om een vrijblijvende samenwerking. Alle marketingactiviteiten kunnen we zelf doen en ieder draagt daarin bij. Als we een grotere opdracht krijgen dan houdt één de opdrachtrelatie met de klant en wordt er onderling uitbesteed en gefactureerd.”

Het samenwerkingsverband is compleet. “We zijn erg gelukkig met ons team. Enkelen van ons halen al tot 40 % van hun omzet uit deze samenwerking. Het samenwerkingsverband dat wij zijn aangegaan, met daardoor de mogelijkheid van het aanbieden van een totaalpakket, geeft vele mogelijkheden en inspiratie! Zo gaan wij in 2010 ons gezamenlijk inzetten voor een goed doel, waarmee wij als collectief naar buiten treden.”
 
Steunpunt Beroeps Onderwijs
In de bouwnijverheid is volop ontwikkeling en dus moeten ook de lesmethoden regelmatig worden vernieuwd. Pauw Vianen van Piron advies is hier met drie medewerkers actief in. Hij komt in zijn werk echter regelmatig collega’s tegen die aanvullende expertise hebben en zocht een manier om hiermee samen te werken.

“Eerst heb ik geprobeerd om een maatschap op te richten. Maar het probleem met zzp’ers is dat ze hun vrijheid niet kwijt willen, dus dat ging niet de goede richting op. Ik ben toen met Henk van den Heuvel van HPJ advies een losser verband gestart, het Steunpunt Beroeps Onderwijs, en gaat dit beter. De aanleiding hiervoor is dat veel opdrachtgevers vragen om een backup: wat gebeurt er als jij tegen een boom aan rijdt?”

Het Steunpunt Beroeps Onderwijs bestaat nu uit vier ondernemingen: het bedrijf van Pauw en drie andere ondernemers. Ze zijn pragmatisch georganiseerd, er is geen juridisch verband. Wel is er een goede overlegstructuur: “We praten met elkaar over welke klussen er lopen en geven elkaar feedback. We hebben afgesproken om projecten die we doen op eenzelfde manier te archiveren, zodat de één het van de ander over kan nemen. En we stemmen de acquisitie op elkaar af: we vissen niet in elkaars vijver en spelen leads door.

Opdrachtgevers in onze branche zijn tevreden met de manier waarop we werken: ze kennen vaak ook de partner die het eventueel kan overnemen. Als er grote opdrachten zijn, zoals pas het management van een groot onderwijsvernieuwingsproject, dan is één de hoofdaannemer en factureren de anderen naar hem. Ook bieden we soms elk een eigen offerte aan, maar leggen we daarin vast wie het aanspreekpunt voor het totaal is.

Het netwerk staat open voor nieuwe deelnemers, maar we zijn niet actief op zoek. Nieuwe ondernemers moeten ook wel wat in te brengen hebben. En de karakters moeten klikken, da’s ook wel essentieel.”
 
Mechatronics partners
Admetal en dochterbedrijf Addit is sinds de jaren '90 actief in de productie van onderdelen voor de electronica-industrie. Na het barsten van de internetbubbel in 2001 gingen de industrie zich sterk concentreren op hun kernactiviteiten. Aan de inkoopkant was er behoefte aan partijen met meer competenties dan Admetal en Addit bij elkaar konden brengen, en dan graag met één aanspreekpunt.

Huub Hendrix, die toen verantwoordelijk was voor alle operationele activiteiten van Addit, zocht naar een manier om aan deze vraag tegemoet te komen zonder concessies te doen aan het specialistische karakter van het bedrijf. Samen met de Limburgse Investerings- en OntwikkelingsFederatie zocht hij naar een vorm om verschillende competenties die in de regio aanwezig waren te combineren. Uit een eerste inventarisatie kwamen vijf andere bedrijven met verschillende specialismen:

- design en engineering;
- optica;
- elektronica;
- kunststoftechnologie en spuitgieten;
- metaalbewerking door verspaning.

Alle bedrijven waren geïnteresseerd en zagen ook de noodzaak tot zo’n samenwerking. Een recent onderzoeksrapport met de conclusie dat de maakindustrie in Noord Limburg alleen door samenwerken kon overleven hielp daarbij. Om verder vertrouwen op te bouwen werd een tour langs alle bedrijven georganiseerd, waarbij ieder diep in elkaars keuken kon kijken: hoe zit de organisatie in elkaar, wie zijn de klanten, voor welke tarieven wordt gewerkt, welke technologie is in huis. Deze bedrijfsbezoeken vormden een goede start.
Formeel werd de samenwerking geregeld met een contract van 3 A4-tjes. Hierin werd een aantal basisafspraken opgenomen:

1. Ieder zou de acquisitie doen vanuit zijn eigen bedrijf en netwerk. Voor de drie bedrijven die al ervaring hadden met de levering van complete systemen ging dat gemakkelijker dan voor de anderen. Uiteindelijk werd commercieel vooral de kar getrokken door Huub Hendrix en één ander.

2. Iedereen betaalt mee aan de gezamenlijke kosten voor beurzen en acquisitie. In eerste instantie werden hiervoor onderling rekeningen gestuurd, maar vanaf 2008 is hiervoor een coöperatie opgericht vanuit fiscale overwegingen.

3. Maandelijks wordt besproken welke aanvragen of marktkansen er zijn: dan wordt bekeken wie er mee willen doen in een project. Ieder levert zijn calculatie op basis van kostprijs in, gezamenlijk wordt het percentage voor marge en risico bepaald. Maar ook worden extern prijzen opgevraagd, om iedereen scherp  en competitief te houden met zijn inbreng.

4. Zodra een order gescoord wordt wijzen de deelnemende bedrijven een projectleider aan, die wordt aanspreekpunt voor de klant. Dat bedrijf wordt ook de formele contractpartner voor de klant, en neemt daarvoor de halffabricaten van de anderen tegen de onderling vastgestelde prijs af.

De samenwerking kreeg de naam Mechatronics partners. In totaal hebben de partners meer dan 600 medewerkers, waarvan 100 engineers. Alle bedrijven liggen in een straal van 20 km van elkaar. De samenwerking is vormgegeven als een coöperatie, waarin kosten voor marketing gedeeld worden.

 

 
Resultaten Linked-in oproep
In november 2009 hebben we op Linked-in in een forum gevraagd naar voorbeelden van samenwerkingen. Daar kwamen onder andere de volgende links uit: